Rondreis zuiderlijk Afrika
In 2003 maakte ik deze 23 daagse rondreis door het zuidelijk deel van het continent Afrika. De landen die we aandeden zijn Zuid Afrika, Namiblië, Zambia en Botswana. Tijdens de reis heb ik vele mooie plekken bezocht, nationale parken, watervallen. Maar ook enkele avonturen opgezocht zoals: skydiven, raften, quad rijden en een helikoptervlucht langs de Victoria Falls. Lees snel verder voor het volledige verslag.
Dag 1 Amsterdam – Johannusburg
Om ongeveer half een in de middag ben ik van huis vertrokken, zoals gewoonlijk wordt ik door mijn zus en zwager weggebracht. Rond kwart voor twee kwamen we op Schiphol aan waar we eerst even een kop koffie gedronken hebben en daarna naar balie 6 gegaan zijn. Daar stond de hele groep al zo’n beetje dus meteen maar even met iedereen kennis gemaakt. Na de incheck, voor mij de eerste keer met een electronisch ticket, volgde het afscheid nemen. Op Schiphol nog even iets gegeten en daarna volgde de vlucht naar Londen. Die vlucht vertrok behoorlijk op tijd. De veiligheidsinstructies aan boord waren ook in het Nederlands, van een bandje, en op schooljuffrouw-achtige wijze werd ons verteld dat we “moesten luisteren naar het cabinepersoneel”. Minder dan een uurtje later stonden we op de Londense luchthaven Heathrow. We moesten hier een paar uur wachten op de vlucht naar Johannesburg.
Het gebruikelijke rondstruinen op een luchthaven volgde en ik heb ook nog even met Johan uit België een pilsje gedronken. Johan reisde ook alleen dus hij zou wel gegarandeerd mijn kamergenoot worden. Ook de vlucht naar Johannesburg vertrok redelijk op tijd. We vlogen met een Boeing waarin de stoelen voorzien waren van een videoschermpje in de rugleuning. Zo kon je zelf je eigen keuzes maken uit een breed aanbod van films en programma. Voor mij was dit de eerste keer dat ik in een vliegtuig met zo’n ‘personalized entertainment system’ zat. Dat beviel me erg goed, stukken beter dan wanneer je genoegen moet nemen met hetgeen op een algemeen beeldscherm wordt aangeboden. Over het eten was ik minder positief, dat was echt niet geweldig. Hoewel het een anchtelijke vlucht was heb ik weinig kunnen slapen. Vlak voordat we zouden gaan landen in Johannesburg zag ik de Zuid Afrikaanse snelwegen en realiseerde me ineens dat ze hier links reden. Vroeg in de ochtend zetten we voet op Zuid Afrikaanse bodem.
Dag 2 Vrijburg
Na het traject Amsterdam – Londen – Johannesburg te hebben afgelegd werden we op het vliegveld aldaar opgewacht door onze reisbegeleider, Bart. Het is een lange vlucht maar een voordeel is dat er geen tijdverschil is met Nederland. We hadden een douaneformulier in moeten vullen voor aankomst maar we kregen zo’n formulier niet uitgereikt.
De douaniers zelf hebben er blijkbaar ook geen erg in want er wordt niet naar gevraagd. We kwamen maar mondjesmaat door de douane heen en daarna moesten we ook allemaal nog even langs de bank om te wisselen. Bijna drie uur na de landing konden we dan toch de aankomsthal verlaten. Ons vervoermiddel voor de komende drie weken kwam op dat moment voorrijden. Dat zag er in ieder geval goed uit, een stoere truck waarbij je hoog zit zodat je altijd een goed (over)zicht hebt. Hier maakten we ook kennis met Marie, de kokkin en Riaan, de chauffeur.
Alle bagage in de truck, iedereen even een plekje zoeken en we waren op weg. Na vertrek kwamen we nog voorbij een deel van de luchthaven waar een Russische Antonov stond. Wat een immens vliegtuig is dat toch (op Heathrow hadden we ook al een bijzonder vliegtuig gezien, de concorde). We gingen naar Vrijburg want dat was onze eerste overnachtingsplaats. Dat is nog een behoorlijke rit overigens en dat na alle vlieguren. De truck zat echter een stuk ruimer dan het vliegtuig dus dat was goed te doen. De eerste indrukken van het groene Afrika zijn echter goud/geel. Net als in Europa heeft men ook hier te kampen met droogte en alles ziet er dor en droog uit. We passeren ook de townships van Johannesburg, een triest aanzien. De vermoeienissen van de lange vlucht en deze lange rit worden merkbaar. Bij iedereen vallen af en toe de ogen dicht. Veel mis je daar niet door want het ziet er nogal kaal uit. Aan het eind van de middag kwamen we bij de lodge bij Vrijburg aan. Terwijl wij ons in de huisjes installeerden ging Marie voor het avondeten zorgen. Dit zou overigens de enige keer zijn dat dit nodig was. Marie was er vooral voor een aantal ontbijten en de lunches onderweg.
We hadden met Riaan overigens een hele goede chauffeur. Hij was een Zuid Afrikaan en had als ranger in het Krugerpark gewerkt en in nog een ander park waarvan ik de naam kwijt ben. Bij de game-drives kwam zijn kennis goed van pas. Niet alleen zag hij vaak veel sneller dan wij met z’n allen het wild, vaak stopte hij de truck op een plaats waarvan hij dacht dat het gunstig zou zijn i.v.m. passerende beesten. Het gedrag van beesten voorspellen is niet altijd eenvoudig maar hij schatte toch vaak goed in wat er zou gaan gebeuren. Buiten dat was hij ook als chauffeur erg goed. Toch wel een prettige gedachte als je onbekommerd kunt zitten genieten van de landschappen en beesten.
Dag 3 Kgalagadi (Gemsbok) Nationaal Park.
De volgende dag gingen we verder richting het Kgalagadi (Gemsbok) Nationaal Park. Ook nu weer een lange rit. De eerste week van deze reis moet je heel veel kilometers afleggen, bijna de helft van het totaal. Onze eerste kennismaking met Zuid Afrika was er gisteren en vandaag dan ook vooral een vanachter het glas van de ramen van de truck. Onderweg wat inkopen gedaan in een supermarkt, formaat mega. Sommigen hebben hier een stekkeradapter gekocht want de wereldstekkers die iedereen bij had pasten dus niet in de stopcontacten hier. Ik had geluk. Mijn kamergenoot, Johan uit Belgie, was al eens in Zuid Afrika geweest dus die had wel een goede stekkeradapter bij. Onderweg regelmatig grote graansilo’s in het Zuid-Afrikaanse landschap.
Ik had een andere plek in de bus ingenomen dan gisteren en nu bleek dat die stoel alleen in de luie stand kon staan. Nou ja, dan Zuid Afrika maar vanuit een luie stoel bekijken. Onderweg kwamen we in twee fikse onweersbuiuen terecht en ik vreesde al dat het einde van de droge periode nu net tijdens onze vakantie zou plaatsvinden. Na die tweede bui knapte het al snel op gelukkig en liep de temperatuur op naar aangename hoogte. Lunchen deden we in de buurt van Uppington, zo’n beetje in the middle of nowhere, bij een tankstation. Hier vlakbij is overigens de noodlandingsbaan voor de space-shuttle te vinden. In Uppington hebben we even wat inkopen gedaan want we moesten tijdens de gamedrive van morgen toch ook wat te eten hebben. In de loop van de middag kwamen we bij de, even buiten het park gelegen, Molopo lodge aan. We werden verwelkomt met een drankje aan het zwembad. Een zwembad waar vooral de eenden gebruik van maakten. Leuke huisjes hier. Een struisvogel liep gewoon rond de huisjes zijn maaltje bij elkaar te zoeken en trok zich weinig aan van onze belangstelling hiervoor. Dit keer was het avondeten in het sfeervolle restaurant. De verlichting was echter niet geweldig, althans niet aan de kant waar wij zaten. Het was daardoor niet even gemakkelijk om te zien wat je op je bord had. Dit werd opgemerkt door het personeel en extra verlichting werd er bij gehaald. Een felle spot zorgde echter wel voor heel veel licht ineens. Nadat de lamp richting muur was gedraaid was het in ieder geval te doen.
Samen met Johan en Bart de dag afgesloten met een drankje. Tot nu toe bestond de reis alleen maar uit verplaatsen maar morgen zou het echt gaan beginnen, op zoek naar wild.
Dag 4 Kgalagadi (Gemsbok) Nationaal Park
Deze dag was weer een dag die we in de truck door zouden brengen maar wel op een heel andere manier. De hele dag gingen we game-driven door het Gemsbok park. We reden via Botswana naar het park omdat die route een betere weg is. Al vroeg stonden we dus bij de grenspost van Zuid Afrika om het land te verlaten, zo vroeg zelfs dat de computer nog opgestart moest worden. Na de grensformaliteiten hier volgde de grenspost van Botswana. Papiertje invullen en weer een stempel in het paspoort. Dat invullen van een grenspapiertje zou een terugkerend ritueel worden. Daarna was het nog een klein stukje naar het park, de game-drive kon beginnen. Iedereen zijn zintuigen op scherp en dan maar hopen dat je wild zult zien. We hadden niet te klagen vandaag.
Een yellow mongoose bij de grens tussen Zuid Afrika en Botswana. We reden via een weg die leidde door Botswana naar het Kgalagadi Park. Natuurlijk zijn in dit park gemsbokken te vinden. Verder zie je hier ook gnoes. We hadden geluk dat een paar gnoes bij een waterplaats stonden en een aantal andere gnoes daar naar op weg waren. De truck werd stil gezet langs de kant van de weg en de gnoes kwamen vanzelf voorbij gelopen.
Een groepje springbokken. Een zeer regelmatige verschijning in dit park.
Struisvogels, gnoes, springbokken en natuurlijk gemsbokken (oryx). We hebben zelfs leeuwen gezien, de Kalaharileeuw met z’n donkere manen. Die schijn je niet zo vaak tegen te kunnen komen dus wij hadden hier veel geluk mee. Ze lagen wel op een afstandje maar we hebben ze toch maar mooi gezien.
Dit soort nesten van de wevervogels zie je ook vrij veel. Dit was wel een zeer groot exemplaar. Hyenas lagen rustig te luieren. Aan de rechter hyena te zien gaat het hier om de gevlekte hyena.
Dag 5 Augrabies waterva
Na al het moois van het Kgalagadi park zijn we de volgende dag zuidwaarts gegaan richting de Augrabies waterval. Een behoorlijke rit maar door vroeg op pad te gaan was de verwachting dat we voor in de middag, hooguit halverwege de middag aan zouden komen. Nog genoeg tijd om te wandelen in het gebied rond die waterval. De lodge was vlak naast de waterval dus vanaf daar zouden we te voet naar al dat moois kunnen. De rit verliep echter wat anders dan gepland. Na in Upington nog een heerlijke cappuccino te hebben gedronken gingen we verder. We werden echter niet lang daarna getroffen door motorpech. De cabine van de truck werd voorover gekanteld en Riaan boog zich over het probleem. Nico en Dirk die ook wel wat van auto’s af bleken te weten gingen al snel assisteren.
Het bleek een moeilijk te vinden probleem te zijn en de tijd verstreek langzaam maar zeker. Mogelijke oorzaken werden verholpen maar vooralsnog zonder resultaat. Terwijl Riaan, Dirk en Nico hun uiterste best deden om de motor weer aan de praat te krijgen werden de klapstoeltjes uit de truck gehaald. Langs de kant van de weg zijn we maar gaan lunchen, dat moest toch ook gebeuren.
Het probleem kon helaas niet verholpen worden en dus werd vervangend vervoer geregeld. Een busje kwam uit Upington om ons verder te brengen. Blijkbaar had de chauffeur daarvan niet op bagage gerekend dus moest hij terug om een aanhanger te gaan halen. Die bleek te klein te zijn om alle bagage kwijt te kunnen, de klep moest open blijven staan en een deel van de bagage moest ook in het gangpad van de bus. Dit busje was amper groot genoeg om ons allemaal te vervoeren en met al die bagage erbij werd het nog krapper. Gelukkig was het niet zo ver meer. Onderweg barstte een onweersbui los, leuk voor de bagage in de open aanhanger. Nog meer bagage moest de bus in zodat de aanhanger dicht kon. Toen we bij Augrabies aankwamen was het zo goed als droog. Na het inchecken, Johan en ik moesten een huisje delen met Alice en Arjan, zijn we gaan wandelen. En wat een schitterend gebied! Zo ruig had ik het helemaal niet verwacht. De onweersbui was dan wel over maar er was nog veel bewolking en dat zorgde voor een schitterende lucht.
Dit gebied overtrof absoluut mijn verwachtingen. Door de pech met de truck waren we pas in de namiddag hier aangekomen, we hadden zo’n drie uur oponthoud gehad, dus daardoor hadden we geen tijd om de uitgebreide wandeling te doen. Of die veel toevoegt aan de wandeling langs de waterval en bijbehorende kloof weet ik overigens niet want die was al heel erg mooi. We hebben de wandeling voortgezet tot en met de zonsondergang.
Het beginpunt van de wandeling. Witte stippen leiden je via een veilige route naar de waterval, wat overigens een kleine afstand was. Vanaf de waterval waren onze huisjes te zien en andersom, vanaf onze huisjes was de waterval te horen. Zo dichtbij waren de huisjes. Vanwege het onweer dat kort daarvoor het weerbeeld had bepaald waren op sommige plaatsen de rotsen erg glad. Voorzichtigheid geboden dus.
Het ruige landschap rondom de waterval en de daarbij behorende kloof. Langs de kloof zijn verschillende uitzichtspunten aangelegd waarvandaan je een mooi zicht hebt op de waterval. Er is een stevig hek geplaatst over de gehele lengte van de kloof en dat is nodig ook. Een val naar beneden zou je naar alle waarschijnlijkheid niet overleven.
Bij het eindpunt van de wandeling zaten verschillende klipdassen, ook jonkies. Bij dat eindpunt hebben we ook nog de zonsondergang afgewacht. Echt bijzonder was die echter niet. Daarna in het restaurant gaan eten, waar we bijna de enige klanten waren. Samen met Bart en Johan nog een afzakkertje genomen.
Dag 6 Fish River Canyon
Na Zuid Afrika volgde Namibië, land van ongewone schoonheid.
Vanuit Zuid Afrika reden we naar Seeheim waar het volgende overnachtingsadres was. Voor we daar aankwamen brachten we echter nog een bezoek aan de Fish River Canyon. Deze rit deden we dus met het vervangende busje. De aanhanger was voor de bagage en dit keer was die groot genoeg om alle bagage in kwijt te kunnen. Het zou een lange rit worden dus was afgesproken dat we al om vijf uur in de ochtend zouden vertrekken. Blijkbaar was er een misverstand over die tijd. Wij stonden allemaal netjes op tijd op het parkeerterrein van het parkje maar van een busje was geen spoor te bekennen. De chauffeur moest weer uit Upington komen en had begrepen dat hij om zes uur bij ons moest zijn. Dat was dus helaas een uurtje tijdverlies. Voor we uit Zuid Afrika vertrokken moesten we in Upington nog even langs het ministerie van binnenlandse zaken. De chauffeur had namelijk nog geen paspoort, hij was zelf ook nog nooit in Namibië geweest!
Vanwege de lange reisdag en dat verloren uurtje hadden we niet echt veel tijd om de Fish River Canyon te bezoeken. We kwamen daar in de loop van de middag aan maar onze overnachtingsplaats lag dus nog een eind verderop. We kregen een uurtje om de canyon te bekijken. Vanaf de parkeerplaats hebben we langs de rand van de kloof gewandeld naar een mooi uitzichtpunt. Na het maken van een paar foto’s zijn we alweer terug gegaan, tijd om rustig even te gaan zitten genieten was er helaas niet.
Uiteindelijk zijn we zo’n anderhalf uur gebleven schat ik. Het was toch nog een behoorlijke wandeling geweest en niet iedereen kon binnen de gestelde tijd terug zijn. Niemand deed daar uiteraard moeilijk over. Met zo’n mooi uitzicht was het er prettig toeven. Daarna verder door naar Seeheim. Het hotel lag op een afgelegen plek. De buren waren zo’n 35 kilometer verderop te vinden.
Het diner was om acht uur afgesproken en daar was men behoorlijk stipt in. We zaten nog maar amper en al het eten werd prompt geserveerd. De mede-eigenaar hielp mee met het serveren en kwam informeren wat we wilde drinken. Dat was lachen. Onvermijdelijk moesten we aan Manuel uit Fawlty Towers denken. Hij leek zo uit die serie gestapt te zijn. De goede man was vreselijk chaotisch, zo chaotisch dat het komisch werd.
Dag 7 vrije dag
De volgende ochtend gingen we, nog steeds met de vervangende bus, op weg naar Sossusvlei. Zonder chauffeur Riaan was Bart, die net als deze vervangende chauffeur ook nog nooit in Namibië was geweest, niet altijd even zeker van de gevolgde route. Regelmatig moest de kaart geraadpleegd worden maar het ging eigenlijk allemaal goed. De temperatuur was iets boven de twintig graden dus dat was wel aangenaam. Zeker als je met z’n allen in een krap busje zit.
Hieronder een foto van het landschap onderweg naar Sossusvlei.

Regelmatig zagen we dit soort tafelbergen.
Rond drie uur waren we bij Sesriem, de ingang van het park waarin Sossusvlei gelegen is. Over een slechte weg ging het verder naar een parkeerterrein waar we over zouden stappen in een pick-up truck. Die zou ons naar Sossusvlei brengen. Onderweg naar dat parkeerterrein zagen we de beroemde duinen al links en rechts van ons. Na een korte rit met de pick-up zijn we gaan wandelen onder begeleiding van een gids, Boesman genaamd. In de verte zagen we twee mensen een van de duinen beklimmen. Het was duidelijk te zien dat het geen eenvoudige klus is om naar boven te gaan.
De beroemde rode duinen van Namibië. Een surrealistisch beeld bijna.
We waren dus op pad met Boesman, een ranger, en die kon fantastisch vertellen over dit gebied. Hij vertelde over de dieren die hier leven en hoe ze de droogte overleven. Hij toonde ons plantjes die in droogte hun zaadjes vasthouden, indien nodig wel tien jaar, en bij de eerste regendruppels open gaan om de zaadjes vrij te geven. Met behulp van een beetje water liet hij dat zien. Fascinerend toch altijd hoe de natuur in elkaar zit. Boesman sprak Zuid-Afrikaans en dat is goed te volgen als het niet te vlug gesproken wordt. Wat jammer dat we maar zo’n twee en een half uur met hem op pad konden. Boesman vond het zelf ook jammer dat hij maar zo weinig tijd had om ons uitleg te verschaffen maar wij betreurde dat toch wel het meest.
Hoewel niet de beroemdste zie je de duin hier onder ook regelmatig terug op foto’s. Schitterende vormgeving. De duinen veranderen nooit van vorm, alleen de kam buigt al naar gelang de windrichting de ene of de andere kant uit. Omdat de duinen nooit van vorm veranderen dienen ze als duidelijke herkenningspunten. Een handig navigatiemiddel voor hen die hier thuis zijn, zoals Boesman.
Veel te snel was de tijd die we hadden onder begeleiding van Boesman voorbij en moesten we weer terug naar de parkeerplaats waar de truck stond. Om zeven uur zou de poort van het park dichtgaan en dan moet je het park dus verlaten hebben.
Van het parkeerterrein tot de ingang van het park was nog altijd zo’n drie kwartier rijden. De weg is links en rechts omgeven door grote duinen. Een grote oprijlaan met duinen zou je het kunnen noemen. Al deze duinen zijn genummerd. Vanaf de ingang gezien begint men rechts met nummer 1. Na de laatste duin rechts gaat men links vooraan weer met de telling verder. Duin 45 is de beroemdste duin van allemaal, deze zie je op vrijwel alle ansichtkaarten van Namibië.
Dag 8 Swakopmund
Na Sossusvlei, wat had ik daar graag nog een hele dag gebleven, gingen we op weg naar Swakopmund. Veel wegen in Namibië zijn van dit type, dirtroad. Toch worden ze goed onderhouden en zijn in dusdanig goede staat dat je over het algemeen flink door kunt rijden. Onderweg rijd je door de Namib-Naukluft, een schitterend gebied. Het ene moment heb je nog volop uitzicht over enorme rotspartijen, het volgende wat je ziet is woestijngebied. Opvallend is de rij bomen.
Voor we Swakopmund bereikten hebben we nog een stop gemaakt in Walvisbaai. Walvisbaai is bekend om zijn flamingo populatie. Aan de kust stond een stevige bries zodat het zelfs fris aanvoelde. In zee stonden tientallen flamingo’s en verderop in zee, op zandbanken neem ik aan, stonden nog meer grote groepen.
In Swakopmund verbleven we op een grote campsite waar we huisjes hadden voor vier personen. Snel even de bagage gedropt en vervolgens snel naar het bureau waar vele activiteiten te boeken zijn om de zaken voor morgen te regelen. Het was intussen al wat later in de middag en we hadden nog genoeg te regelen. Swakopmund is zich aan het ontpoppen als een thrillseeker-stadje. Allerlei activiteiten zijn hier te doen en dat is maar goed ook want het stadje zelf stelde niet zoveel voor. Voor mij stond al vast wat ik wilde gaan doen op zondag. Eerst sky-diven en later in de middag quadbiken door de duinen. Voor het sky-diven was ik de enige liefhebber maar voor het quadbiken was meer animo. Er werd voor gekozen om het quadbiken om drie uur ‘s middags te doen. Voor mij was dat handig want ‘s morgens zou ik het skydiven gaan doen. Ook waren er enkele reisgenoten die wilden ballonvaren in de ochtend maar dus ook wilde quadten. Na al dat geregel hadden we nog wat tijd over om rond te wandelen in het stadje maar ik vind Swakopmund niet erg veel bijzonders hebben. Dan maar een pilsje in de plaatselijke bar. Wat eten betreft hoef je hier niets te kort te komen, er is een keur aan restaurantjes.
Wel koud ‘s avonds, een truitje was echt weer nodig ‘s avonds.
Dag 9 Vrije dag
Ik zal niet de enige zijn denk ik die een soort lijstje heeft van dingen die hij/zij nog eens een keer wil doen, wil zien, wil ervaren. Op mijn lijstje stond ook parachutespringen genoteerd. Ik schrijf ‘stond’ want ik heb het nu dus gedaan. In Swakopmund ben ik gaan skydiven. Niet alleen parachutespringen dus maar ook een stuk vrije val.
Toen ik ‘s morgens wakker werd en uit het raam keek zag ik vooral bewolking. Wat een pech, precies op de dag dat je gaat skydiven werkt het weer niet mee. Na een ontbijt in de stad werd ik om half tien opgehaald bij de campsite. Volgens degene die me op kwam halen zat het met het weer wel goed. ” “Straks schijnt de zon en is de bewolking verdwenen” zei ze. We gingen ook nog een paar Duitsers ophalen en vervolgens een korte rit naar een klein vliegveldje. Allereerst kregen we in een loods uitleg over hoe zo’n tandemsprong nu in zijn werk gaat. In dezelfde loods waren ze bezig om de uitrusting, zoals parachutes, in orde te maken. De uitleg was duidelijk en de manier waarop alles verteld werd was geruststellend. Je gaat toch iets doen waar enig gevaar aan verbonden is en dan is het prettig als de mensen waar je zo afhankelijk van bent een gedegen indruk maken. Na deze uitleg was het tijd om een beschermend pak aan te doen.
Vervolgens naar het vliegtuigje. Daar werd alles nog eens herhaald en werd de procedure om het vliegtuigje te verlaten goed doorgenomen en alvast geoefend. Het weer was intussen inderdaad opgeklaard, volop zon en lekker warm.
Het was tijd om te gaan. We zouden naar een hoogte van zo’n 3300 meter stijgen. Daartoe vlogen we eerst naar Walvisbaai. Onderweg was de deur van het vliegtuig gewoon open en daardoor had je een mooi uitzicht over de duinen en de daarachter liggende woestijn. Boven Walvisbaai aangekomen maakte we een bocht van 180 graden om weer terug te gaan naar het vliegveldje. Boven dat vliegveldje zouden we de sprong wagen. Als alles dan goed gaat land je op het vliegveldje.
Het moment was bijna daar, nog even de instructies doornemen en daarna werden de bindingen waarmee je aan de instructeur vast zit helemaal strak aangetrokken. Mijn Duitse medespringer moest even wachten, ik moest eerst. We draaien ons naar de deuropening toe en ik slingerde mijn benen buitenboord. De instructeur zat op zijn knieën achter me en schoof langzaam naar voren totdat hij op de rand van het vliegtuigje zat. Zelf hing ik op dat moment al zo’n beetje helemaal uit het vliegtuig.
Even tot drie geteld en daar doken we naar beneden. De eerste paar seconden voelt het raar aan. Je duikt met je hoofd naar beneden en voelt de snelheid heel erg snel toenemen. Daarna kom je als het ware vlak te liggen. De eerste dertig seconden maak je een vrije val. Je suist met zo’n 220-250 km/uur naar beneden. En dat is hard hoor. Het is vanwege de lucht die langs je af gaat dat je tijdens een vrije val niet met elkaar kunt praten. Gewoon te veel lawaai van de wind.
Dan wordt de parachute geopend, je bent dan al halverwege je afdaling. Je wordt door de parachute zo hard afgeremd dat het lijkt alsof je weer naar boven gaat. Dan hang je plotseling heel rustig in de lucht en is het ook relatief stil. Je kunt op normale toon met je instructeur praten. Tijdens de vlucht naar beneden haalde de instructeur nog wat stuurmanskunstjes uit om te laten zien wat de mogelijkheden waren. Rondjes draaien om je as gaat ook maar de snelheid waarmee je draait is toch knap hoog dan. Ik was blij dat hij na drie rondjes stopte want ik werd er aardig duizelig van. Datr komt ook omdat ik naar de grond bleef kijken natuurlijk, die zie je dan heel snel rondgaan en dat is niet prettig voor je zintuigen.
Aan alles komt een eind en tegen de tijd dat we de landing in gingen zetten merkte ik pas dat we toch nog hard naar beneden gingen, ik zag de aarde nog erg snel op me afkomen. Op het laatste moment werd de parachute zo gemanoeuvreerd dat we heel sterk afremden en een mooie zachte landing maakte. Vanwege wat rugwind waren we genoodzaakt nog een paar passen te maken maar dat verliep prima. Ik had parachute gesprongen! Mijn adrenalineshot voor deze vakantie had ik gehad dacht ik (dit zou niet juist blijken te zijn, het raften zou veel meer adrenaline in mijn systeem brengen maar dat kon ik op dat moment niet vermoeden).
Na mijn certificaat, fotorolletje en video te hebben ontvangen werden we (de Duitsers en ik) terug gebracht naar Swakopmund. Het was tijd om even te lunchen. Voor de lunch naar KFC gegaan waar toevallig ook Astrid en Marcel waren. Na de lunch ben ik Café Anton op gaan zoeken. Dat kon ik niet laten natuurlijk, als er een café naar je vernoemd is! Daar aangekomen zag ik Tonny, Jaqueline, Ludy en Pieter op het terras aan de koffie zitten. Zij hadden de ballonvaart gedaan die ochtend. Ik heb hen mijn belevenissen bij het skydiven verteld en zij mij hun ervaring van het ballonvaren. Die was helaas minder positief geweest. Het bleek geen mooie vaart te zijn geweest, grotendeels zelfs op zeer geringe hoogte. Erg jammer natuurlijk, zo vaak doe je dit soort dingen niet en als het dan tegenvalt is dat niet prettig. Nog even afgezien van de kosten van zo’n ballonvaart.
Bij het café nog even naar binnen gegaan om de manager te spreken. Ik wilde namelijk graag een menukaart van café Anton meenemen als souvenir. Hij stond me wel een beetje raar aan te kijken maar besloot toch om me zo’n kaart mee te geven. Het werd weer tijd om terug te gaan naar de campsite, even mijn rugzak en camera wegbrengen want om drie uur zouden we opgehaald worden om te gaan quadbiken.
Even buiten Swakopmund ligt een duinengebied en een van de activiteiten die daar georganiseerd worden is quadbiken. We betaalden daar 500 Namibische dollar per persoon voor en dat is ongeveer 60 Euro. Met busjes werden we bij de campsite opgehaald en naar het beginpunt gebracht waar we rond drie uur zouden vertrekken. Helm en beschermende bril uitzoeken en daarna een quad. Er zijn twee soorten quads; schakelquads en automaten. Als je een schakelquad wil moet je dus wel wat ervaring met schakelen hebben zoals bij motorrijden bijvoorbeeld. De quads met versnellingen zijn ook de snelste en te herkennen aan de felgele kleur. De automaatjes zijn wat minder snel maar dus heel gemakkelijk in de bediening. De meesten kiezen voor een automaat.
De tocht werd georganiseerd door Desert Explorers, een organisatie die naast het quad-biken nog heel veel andere activiteiten rondom Swakopmund te bieden heeft. Ook het skydiven van vanochtend was bijvoorbeeld door hen geregeld. Sandboarden en ballonvaren behoorden ook tot de activiteiten net als rondvluchten en excursies naar de Simba stammen.
Er wordt met verschillende groepjes gereden. Zo hebben de snelle schakelquads hun eigen groepje. Bij de automaten is er nog een onderverdeling in twee categorieën. Dit is de medium groep en de langzame groep. Wij waren met negen Baobabbers. Marcel en Pieter hadden voor de snelle schakelquads gekozen, de rest voor de medium groep bij de automaten.
Onderweg wordt er een paar keer gestopt om even een foto te kunnnen maken, een drankje te drinken of om een bezienswaardigheid te bekijken. Er zouden hier in dit duinengebied vroeger honderden paarden gedood zijn waarvan nog vele botten te vinden zijn, zoals op de foto hieronder.
Even een pauze inlassen. Omdat er veel medium rijders waren werden die ook weer in verschillende kleinere groepjes onderverdeeld. Daardoor werden wij, het groepje Baobabbers, ook opgesplitst. Bij de rustplaatsen kwamen we dan allemaal weer bij elkaar, ook de snelle groep. Tijdens het quadbiken gaat er overigens ook iemand met een videocamera mee die alles vastlegt. Deze video zit bij de prijs inbegrepen! Een mooi aandenken dus.
Er is een plaats in de duinen waar alle deelnemers een voor een een duin op moeten. Als je dan flink snelheid maakt dan kun je een aardige sprong door de lucht maken wanneer je de over top van die duin gaat. In feite zijn alleen de snelle gele quads in staat om een echt sprongetje te maken, de langzamere automaten kunnen gewoon niet genoeg snelheid maken om dat te doen. Pieter stal de show door de quad helemaal achterover te trekken, te ver. Toen de achterwielen de grond raakte ging de quad nog meer achterover doordat de aandrijving op die achterwielen zit. In plaats van Pieter op de quad was het plots de quad zo ongeveer op Pieter. Geen ongelukken gebeurd dus vrolijk weer verder. Onderweg had je vaak hele fraaie uitzichten zoals hieronder op te foto.
Hoewel de regels van het quadbiken alcoholgebruik niet toestaat krijg je aan het eind van de rit allemaal een beker champagne uitgereikt.
De club van negen Baobabbers die aan het quadbiken hebben deel genomen. Het is heerlijk om door de duinen te crossen dus we konden terugzien op een geslaagde middag. Aan het eind van de rit kom je op een plek met schitterend zicht op de zee. Omdat wij de rit van drie uur hadden kwamen wij hier tegen zonsondergang aan.
Dag 10 Xhorixas
Na Swakopmund gingen we het binnenland van Namibië in.
Maar eerst nog even een bezienswaardigheid aan de kust. We konden een keertje uitslapen zelfs want het park bij Cape Cross gaat pas om tien uur open en het ligt niet zo ver van Swakopmund dus het vertrek was niet zo vroeg.
Bij Cape Cross leven duizenden pelsrobben. Bij de parkingang is een piepklein museum ingericht en zijn toiletten te vinden. Van daar is het nog een klein stukje rijden naar de parkeerplaats nabij de rotsachtige kustlijn.
En dan stap je de truck uit. Voordat je de duizenden pelsrobben ziet heb je ze zeker al geroken. De pelsrobben moeten dit gebied delen met jakhalzen die steeds op zoek zijn naar een mals boutje. De jonge pelsrobben zijn een gewilde prooi voor de jakhalzen. Deze jagers lopen hier ongestoord rond, het juiste moment afwachtend. Ze hebben hier weinig te vrezen. Alleen de grote pelsrobben kunnen wel een gevaarlijk willen bijten maar over het algemeen worden ze ongemoeid gelaten
Er is een laag muurtje gemetseld waarachter je moet blijven. De pelsrobben zelf blijven ook aan ‘hun’ kant van het muurtje maar liggen er soms ook wel tegenaan. Dit is wel mooi om te zien omdat je zo heel erg dichtbij de pelsrobben kunt komen zonder dat ze zich bedreigd voelen. Zo ver het oog reikt alsmaar pelsrobben.
Plots is er de nodige beroering.
Wij maken een heuse “kill” mee. Twee jakhalzen hebben een jonge pelsrob te pakken. Hoe wreed het ook is, als toerist is het tevens een fascinerende gebeurtenis. Uiteindelijk werd het jong letterlijk in twee stukken getrokken waarna beide jakhalzen hun eigen stuk begonnen op te eten. De harde werkelijkheid van het dierenleven bij Cape Cross.
We lieten de relatief koele kust achter ons en reden oostwaarts, dieper het land in. Aan de temperatuur was dat goed te merken, die liep al snel op. Vanaf deze dag zouden we alleen nog maar hete dagen meemaken. Onderweg was er veel leegte te zien terwijl de temperatuur vandaag opliep naar 36 graden.
Nogmaals de schitterende, eindeloze, leegte van Damaraland in Namibië. Indrukwekkend toch om niets te zien. Ondanks de hitte wil je toch wel af en toe de truck uit om je benen te strekken, te lunchen of voor een plaspauze. Gewoon achter dat boompje daar…..
Het was oorspronkelijk de bedoeling om na Cape Cross naar Twijfelfontein te gaan waar rotstekeningen van de San, de bosjesmannen (beter is bosjesmensen) te vinden zijn. Aangezien het toch weer een behoorlijk lange reisdag was werd besloten naar de overnachtingsplaats in Xhorixas te rijden en pas de volgende dag Twijfelfontein te bezoeken. Daar aangekomen moesten we behoorlijk lang wachten alvorens we onze sleutel van het huisje kregen. Er was een aardig zwembad bij de lodge en daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Even heerlijk afkoelen. Daarna een lekker koud pilsje, wat wil je nog meer.
Dag 11 Etosha Park
Na de overnachting in Xhorixas gingen we dus op weg naar de rotstekeningen. De route er naar toe is ook al heel mooi. Het landschap in Namibië is heel divers en alles heeft zo zijn eigen schoonheid. Dat maakt Namibië zo bijzonder.
Vlak voor we de plaats van de rotstekeningen bereikten zagen we voor het eerst deze vakantie olifanten. Welliswaar van een behoorlijke afstand maar het waren nu eenmaal de eerste dus dat zorgt meteen voor wat opwinding natuurlijk. Niet veel verder kwamen we bij de rotsformaties aan waar de tekeningen te vinden zijn.
De bosjesmannen hebben in dit gebied bij Twijfelfontein heel wat rotstekeningen achter gelaten. Het gebied zelf is overigens ook schitterend. Zelfs zonder rotstekeningen is dit een zeer aangename wandeling. We kregen hier ook nog een paar apen te zien. De foto hieronder toont een grillig gevormde rots.
Onder begeleiding van een gids liepen we op ons gemak langs de verschillende plaatsen waar tekeningen zijn aangebracht op de rotsen. Uiteraard kregen we allerlei informatie van de gids maar daar heb ik zeker niet alles van meegekregen. Foto’s maken nam af en toe dusdanig veel tijd in beslag (je kunt nu eenmaal niet met tien mensen tegelijk een tekeningetje fotograferen) dat de gids al halverwege haar volgende verhaal was wanneer je kon aansluiten. Voor mij overigens niet zo’n probleem. Ik vind het interessant om te zien maar hoef niet zo nodig alle ins en outs te weten.
Na twijfelfontein werd de reis vervolgd richting Etosha Park. Onderweg brachten we ook nog een bezoekje aan het ‘Petrified Forest’. Dit versteende bos is wel een aardige tussenstop, zeker als je nog nooit versteende bomen hebt gezien. Ik ben zelf al wel eens in ‘Petrified Forest National Park’ in Arizona geweest en dat is vele malen groter en indrukwekkender. Hier kun je het te voet doen, in Arizona heb je echt je auto nodig. Hier is het maar een korte wandeling. Voor mij was het hier dus niet meer dan een leuk tussendoortje. De overdekte eetplaats bij de ingang was een ideale plek om te lunchen. Tafels en banken voorradig en, niet onbelangrijk, heerlijke schaduw.
Na de lunch zijn we dan naar onze overnachtingsplaats gereden, even buiten Etosha Park.
Dag 12 Vrije dag
Het ETOSHA park is een van de belangrijkste parken van Afrika en feitelijk het belangrijkste van zuidelijk Afrika. Hier is erg veel wild te vinden. De droogte maakte het ook nog wat eenvoudiger om wild te spotten. Waterplaatsen zijn een garantie om wild te zien. Een van de eerste dieren die we zagen was een kudu.
Daarvoor gestopt bleek er in de kuil van een waterplaats een neushoorn te staan. Die viel nauwelijks op. Volgens Riaan, onze chauffeur, ging het om de zwarte neushoorn. Niet eenvoudig te fotograferen maar toch maar geprobeerd. Nog aardig gelukt ook.
‘s Ochtends zijn we gestopt bij het Okaukuejo Resort. Hier zijn we naar de drinkplaats gegaan waar verschillende dieren aanwezig waren. Onder andere deze giraffe en springbokken. Een giraffe doet er erg lang over alvorens hij/zij daadwerkelijk gaat drinken. Ze zijn zeer kwetsbaar tijdens het drinken en zijn daarom extreem voorzichtig. Groepen dieren kwamen om beurten drinken en leken steeds plaats te maken voor elkaar. Toen een eenzame, grote, olifant in aantocht was maakte alle dieren plaats voor deze kolos. Pas nadat de olifant de drinkplaats verlaten had kwamen de andere dieren terug. Het was wel de eerste maar niet de laatste olifant die we deze dag zouden zien (zie foto’s verderop).
Een steenbok, met een beetje telelens (300mm) kun je ze mooi dichtbij halen. Een voordeeel van de droogte is dat de dieren zich concentreren in de gebieden rondom waterplaatsen.
Rond het middaguur hebben we bij de Halali lodge en camping gelunched. Er zijn drie van die lodges in het Etosha park. Deze lodges en hun grondgebied zijn de enige plaatsen waar het goed mogelijk is om te lunchen. Ze zijn volledig omheind zodat er geen dieren kunnen komen. Het zijn dan ook de enige plaatsen waar je rustig rond kunt lopen. Je bent er dus veilig. Op alle andere plaatsen mag je de auto niet uit. We hadden geluk. Bij de drinkplaats in de buurt van onze lunchplek kwamen juist op dat moment een aantal olifanten drinken en badderen. Bij zo’n drinkplaats kun je ongestoord kijken vanachter een muur waarvoor weer wat schrikdraad is gespannen. De dieren blijven dus op veilige afstand terwijl je vrij zicht hebt. Een geweldige manier om dieren te spotten.
Na de lunch verlieten we de lodge en reden weer verder oostwaarts.
We stopten op een plaats waar al een auto stil stond, vaak toch een teken dat er iets te zien is, en zagen in de verte weer een grote olifant langzaam dichterbij komen. Die leek de richting van de weg op te komen dus bleven we wachten, te meer omdat dit toch wel een heel groot exemplaar leek te zijn. Iets dichterbij maar minder opvallend bleken echter ook nog twee leeuwen te zijn. Na de Kalahari leeuw in het Gemsbok Park kregen we nu hier dus ook weer leeuwen te zien. Ze waren druk bezig om te proberen de populatie uit te breiden.
De bus op de linkervoorgrond bewoog zich naar voren, waarschijnlijk om een betere camerapositie te verwerven voor de inzittenden. Hiermee overtrad de chauffeur in feite een ongeschreven regel. Door zo’n manoeuvre ontneem je anderen dan namelijk vaak het uitzicht. Ook de olifant zelf scheen het niet te waarderen en maakte een boze indruk bij het oversteken. Niet echt handig om een dier van dit formaat kwaad te maken natuurlijk. Na even flink met zijn kop geschud te hebben vervolgde de olifant echter gewoon zijn weg. Aan de andere kant van de weg bleek nog een olifantenspoor zichtbaar.
Niet van deze olifant die zojuist de weg was gepasseerd maar van eentje die hier al eerder voorbij was gekomen. Aan het eenzame spoor te zien ook een eenling. Twee giraffen staken iets verderop met hun hoofden boven de boompjes uit.
We hebben de hele dag in Etosha al game-drivend door gebracht. Ons einddoel van deze dag was Namutoni lodge alwaar we zouden overnachten. Aan het eind van de middag kwamen we daar aan, vele indrukken rijker. Bij deze lodge was uiteraard ook weer een drinkplaats. ‘s Avonds is deze verlicht zodat je eigenlijk de hele avond en nacht hier kan blijven kijken. Rond de schemertijd zijn wij nog even gaan kijken maar op dat moment was het vrij rustig, wat zebra’s en een zeer voorzichtige giraffe. Het was echt druk bij deze lodge, het grote restaurant zat helemaal vol voor het buffet-diner. We hadden hier huisjes voor vier personen en ook nu weer deelden Johan en ik het huisje met Arjan en Alice. Dit was overigens de hele reis zo en ook waar we aparte huisjes hadden waren ze vaak in het huisje naast ons te vinden. De hele reis dus dezelfde buren gehad.
De twee eekhoorntjes zorgden met hun staartjes voor een grappig plaatje.
Dag 13 Rundu
Na Etosha hadden we weer een reisdag. Dit keer was de eindbestemming Rundu, aan de grens met Angola. ‘s Ochtends gingen we nog een stukje door Etosha park heen. Daarna ging het dus richting het noorden. Aan het eind van de middag bereikten we daar de lodge. Deze lag behoorlijk achteraf, om er te komen moesten we over onverharde wegen rijden, waarbij de weg in feite slechts een bandenspoor was.
Altijd weer verbazingwekkend hoe Baobab dat soort locaties weet te vinden. Net zo verbazingwekkend als dat iemand het verzint om op zo’n afgelegen plaats een lodge te gaan bouwen. De meeste huisjes waren rond het centrale deel van de lodge gebouwd, dat wil zeggen, vlakbij het zwembad, de bar en het restaurant. We konden daar echter niet allemaal terecht dus er werden ook drie huisjes verderop op het terrein aan ons gegeven. Dat verderop was echt verderop. We kregen iemand mee om de weg te wijzen en dat was wel nodig ook, minutenlang lopen door los zand! Eigenlijk belachelijk natuurlijk maar ja het was nu eenmaal zo. Dat kan nog leuk worden als we straks na het eten (en de onvermijdelijke drankjes) in het donker terug moeten, zo dachten wij.Het waren eenvoudige hutjes in Afrikaanse stijl maar hoewel basic waren ze best in orde. De lodge lag aan de Kavango rivier en aan de overkant daarvan konden we Angola zien liggen. We hadden die avond weer een schitterende zonsondergang, die door Marcel op fantastische wijze is vastgelegd. Aan de andere kant van het water is dus Angola. Voor het diner kregen we nog een dansvoorstelling voorgeschoteld door mensen uit het nabijgelegen dorp. De voorstelling duurde zo’n drie kwartier. Hoe authentiek zo’n voorstelling is, is altijd moeilijk te zeggen maar het was wel leuk om te zien.
Er was nog een groep gearriveerd die op de camping verbleef en later die avond/nacht bleek dat onze verafgelegen plek toch ook een voordeel had. Die andere groep heeft tot ruimschoots in de nacht een beetje feest zitten vieren waardoor de nachtrust verstoord werd. Wij hebben daar, vanwege de afstand, helemaal niets van kunnen horen. Onze truck stond naast hun tentjes geparkeerd dus toen wij de volgende ochtend heerlijk vroeg vertrokken hebben wij als dank een heel klein beetje lawaai gemaakt. De meesten waren wakker toen wij het terrein verlieten. Ja, zulke dingen moet wel van twee kanten komen natuurlijk.
Dag 14 Okavango Delta
Botswana betekent vooral de Okavango Delta en Chobe Park. Allereerst gingen we de Okavango Delta bezoeken. Dit is volgens alle beschrijvingen een vogelparadijs. We hebben dan ook inderdaad veel vogels gezien maar niet alleen maar vogels.
Maar eerst moesten we de grens nog over natuurlijk en bij de grens met Botswana zijn een aantal imposante Baobab bomen te vinden. Onze Baobab truck moest natuurlijk even op de foto met een Baobab boom. Riaan leverde ons af aan de rand van de delta. Zelf bleef hij met de truck achter. Met motorbootjes gingen we naar een houseboat waar we zouden lunchen. Onderweg kregen we nog motorpech ook. Gelukkig had ik mijn Leatherman bij en daar zit ook een kleine combinatietang op. Met behulp van die tang kon het euvel verholpen worden. Na de lunch op de houseboat zijn we weer verder gegaan naar een eiland. Daar met een kleine truck naar de plek waar de mokoro’s lagen die ons verder de delta in zouden voeren.
In de Delta gingen we met die mokoro’s op pad. Een mokoro is een soort kano die door mannen met houten palen (de polers of palers genoemd) door het ondiepe watergebied worden voort geduwd. Met twee personen kun je plaatsnemen in zo’n mokoro inclusief je bagage. Vroeger waren die gemaakt van uitgeholde boomstammen maar tegenwoordig van polyester. Hierdoor wordt de natuur gespaard. Een tussenvorm kom je ook tegen, een houten mokoro met een polyester laag er omheen. In de mokoro zat je dan op een soort kuipstoeltje, zoals je ze ook wel in voetbalstadions ziet. Daar was dan een slaap/zitmatje overheen gezet zodat je redelijk zacht kon zitten. Hoewel krap zat het toch wel comfortabel.
Visarenden hebben we vele gezien in de delta. Prachtige roofvogels.
Lekker relaxed in een mokoro door de delta. Buiten ons en de palers is er nauwelijks geluid te horen. Die heerlijke stilte maakt het tochtje extra aangenaam. Het is hier niet diep en op sommige plaatsen moeten de palers zelfs even de mokoro uit om de boot door de beplanting heen te duwen. Op dat soort plaatsen is het bepaald geen licht werk.
Het was al namiddag toen wij met de bootjes vertrokken dus langzaam maar zeker begon de zon te zakken. Ook met een lage zon zijn mooie plaatjes te schieten zoals blijkt uit onderstaande foto.
We bleven twee nachten in de delta waarvan een nacht in tentjes. Voor we op deze plek aan land gingen moesten eerst twee olifanten verjaagd worden. Nadat dit gebeurt was konden wij vlakbij de plek waar die twee net gestaan hadden onze tentjes opzetten. De tentjes waren snel en eenvoudig op te zetten. Rond een kampvuur werd ‘s avonds het diner genuttigd, een eenvoudige maaltijd. Het was in ieder geval donker genoeg om niet te kunnen zien wat je at… ‘s Nachts koelde het nog aardig af en de geleverde slaapzak was geen overbodige luxe al heb ik er niet in maar er onder gelegen.
Dag 15 vrije dag
Ochtend in de Okavango Delta. Wat een heerlijke rust.
De volgende ochtend gingen we eerst weer een stukje varen tot we een eiland bereikten. Onderweg gingen we door erg ondiep gebied met veel begroeiing. Dat maakte het bijzonder zwaar voor de palers. Bij het eiland aangekomen werd het tijd voor een wandeling onder begeleiding van een gids. Ook hier is allerlei wild te vinden dus een wandeling is niet altijd zonder gevaar. Afstand bewaren is dus vereist.
Onderweg kwamen we deze boom tegen die door de gids de sausagetree werd genoemd, ofwel de worstenboom. Zo genoemd vanwege de vorm van de grote vruchten die er aan hangen (of er onder liggen). De olifanten schijnen dit erg lekkere vruchten te vinden. Om te laten zien hoe groot de vruchten zijn heb ik ook even een foto gemaakt van een vrucht met mijn voet (maatje 42) ernaast ter vergelijking.
Onderweg kwamen we ook nog voorbij het skelet van een buffel waarvan hieronder de schedel te zien is. Na de wandeling gingen we weer met de mokoro’s terug naar de kampeerplek. Onderweg moesten we, varend tussen het hoge gras, af en toe terug omdat er nijlpaarden gehoord werden. Daar kun je beter geen ontmoeting mee hebben, zeker niet met de kleine bootjes waar wij in zaten. De palers waren uiterst beducht hiervoor en zochten dus een veilige route. Vandaag was trouwens de warmste dag van de hele vakantie. De temperatuur liep op tot 42 graden Celsius.
Nadat alle tentjes weer waren afgebroken en alle spullen aan boord van de mokoro’s zijn we terug gevaren naar de plaats waar de pick-up ons had afgezet en nu weer kwam ophalen.
Hieronder zijn we alweer op de terugweg van de mokoro tocht. Met de pick-up truck weer naar motorbootjes die ons vervolgens weer naar een grotere boot, de houseboat, zouden brengen. Onderweg passeerden we met de pick-up een klein dorpje. Dan woon je dus echt wel afgelegen.
Na een korte tocht met de motorboten kwamen we bij de volgende overnachtingsplaats aan, een houseboat. Op de houseboat was er gelegenheid om te douchen en dat is toch wel lekker na te hebben gekampeerd. Nadat iedereen opgefrist was zijn we met de motorbootjes nog even naar nijlpaarden op zoek gegaan. We hebben er een paar gezien maar de meeste tijd zaten ze onder water. Af en toe kwamen ze onverwacht boven maar meestal was je dan te laat om nog een mooie foto te maken.
Het was alweer donker toen we terugkeerden bij de houseboat en even later werd een heerlijk diner geserveerd. ´s Avonds konden we genieten van een fantastische sterrenhemel zoals je die hier in Nederland nooit zult zien. We konden zelfs de nevel van de melkweg zien. De nacht hebben we op het bovendek doorgebracht dat dienst doet als slaapzaal. Oordoppen in dus want er zijn er bij die ‘s nachts boompjes omzagen.
Dag 16 Katima Mulilo
Na de overnachting op de houseboat gaat een ontbijtje er wel in. Na het ontbijt gingen we weer op weg met de motorbootjes naar de plaats waar Riaan ons twee dagen eerder had achtergelaten. Nu zou hij ons daar weer oppikken met de truck. Het avontuur in de delta zat erop. Ik vond de delta meer een prettig en relaxed tussendoortje dan dat ik zwaar onder de indruk was van het gebied. Wel heel mooi vond ik de vele visarenden die we gezien hebben.
Hoewel de delta vaak als een van de hoogtepunten van de reis wordt genoemd vind ik dat absoluut niet. Leuk om gezien te hebben en vanwege de rust ook echt wel de moeite waard maar qua schoonheid heb ik veel mooiere dingen gezien tijdens de reis.
Via de Caprivi strip zijn we naar de meest oostelijke plaats van Namibië, Katima Mulilo, gereden. Een paar jaar geleden moest je nog onder militaire begeleiding door de Caprivi strip heen, nu is het een rustige, veilige rit. De mensen hier wonen echt nog in hutjes, het Afrika zoals wij ons dat zo vaak voorstellen zeg maar. Zo gaat dat een paar uur door totdat je helemaal in het oosten bij Katima Mulilo aankomt. Onderweg is er niet zo veel te zien overigens, echt kaal is het hier niet maar nu was alles vanwege de droogte wel erg dor. De Hippo Lodge was aan een rivier gelegen en er komen hier ook nijlpaarden voor. Vandaar de naam Hippo Lodge natuurlijk. Wij hebben hier echter geen nijlpaarden gezien.
Dag 17 Chobe
Na onze overnachting in Katima Mulilo staken we voor de zoveelste keer een grens over. Weer papiertjes invullen en opnieuw een paar stempels in het paspoort er bij. We zijn dus weer onderweg, op weg naar Chobe National Park. Een park dat bekend is vanwege de vele olifanten. Onderweg kregen we al een voorproefje. Olifanten steken de weg over. Blijkbaar weten ze goed genoeg dat wegen niet zonder gevaar zijn. Hoewel men rustig aan kwam lopen begonnen de olifanten harder te lopen, op een drafje, toen ze de weg naderden. Na de oversteek gingen ze weer rustig lopen.
Nog voor het middaguur bereikten we Chobe Lodge waar ons een welkomstdrankje wachtte. Er hingen hier nog ingelijste kranteknipsels uit de zestiger jaren. Daarop was te zien dat Prins Bernhard hier nog geweest was. Zo’n veertig jaar na dato is men er blijkbaar nog altijd trots op. Hoewel wij huisjes hadden hebben we op het campingterrein nog een lunch genuttigd bij de truck.
Chobe is een van de hoogtepunten van de reis. We verbleven in Chobe lodge, de mooiste van de hele reis. Niet alleen prachtig gelegen aan de Chobe rivier maar ook de huisjes waren mooi, gezellig en zeer schoon. Na aankomst en het inchecken hebben we nog bij de truck gelunched. Vervolgens aan het zwembad gezeten met een lekker koud pilsje er bij. Heerlijk relaxed. Om kwart voor drie werden we aan de rivier verwacht. Omdat de lodge aan de rivier ligt wordt je gewaarschuwd voor dieren die vanuit die rivier het land op kunnen komen. Met name wordt voor krokodillen en nijlpaarden gewaarschuwd.
Om drie uur vertrokken we voor een boottocht over de Chobe rivier. Er was zoveel wild te zien dat we amper wisten waar we moesten kijken. Opvallend was dat men met de boot, toch niet heel erg groot, heel dicht bij de nijlpaarden ging, die hier in grote aantallen te vinden zijn. Nijlpaarden kunnen erg agressief zijn en zeer gevaarlijk.
Vlak nadat we vertrokken waren zagen we een nijlpaard aan land gaan vlak naast het campinggedeelte van de Chobe Lodge. Een paar stappen naar links en het beest zou op de camping staan. We kregen zo dus het bewijs dat de waarschuwingsborden er niet voor niets staan.
Op de foto rechts. Een slangehalsvogel zit rustig op een tak en trekt zich weinig van onze belangstelling aan. Zo te zien zit hij/zij hier wel regelmatig.
We waren niet de enige op de rivier. De bootjes vertrekken namelijk allemaal op ongeveer hetzelfde moment. Het is ook de beste tijd van de dag om wild te zien dus erg onlogisch is dat niet. Soms moest je dus als het ware op je beurt wachten. Gelukkig trekken de dieren zich weinig aan van de bootjes zodat je meestal tijd genoeg hebt om zelf van dichtbij te fotograferen en de beesten te aanschouwen.
Ze blijven echter niet altijd zitten. Deze Ibis (hieronder) had blijkbaar wel even genoeg belangstelling gehad en ging een rustiger plekje opzoeken.
Aan boord van de boot is ook een kleine bar, of iets wat daar voor door moet gaan. Bij vertrek worden van alle soorten drankjes die te koop zijn een flesje of blikje op de bar gezet. Een van de flessen viel tijdens het varen van de bar, net achter mijn voeten. Veel gebroken glas, natte benen en een rugzakje dat van een natte vloer gered moest worden. Ook duizend maal excuses van de bemanning. Zo’n bar is geen overbodige luxe, tenzij jezelf je drank meeneemt. Je zit toch een paar uur op de boot terwijl de temperatuur zeer ruim boven de dertig graden is. Regelmatig bijtanken dus.
Wat te denken van deze prachtige visarend. In de Okavanga Delta hebben we veel meer visarenden gezien maar zo dichtbij als hier echt niet. En deze bleef ook lange tijd zo mooi zitten. Wat een fantastische vogels zijn dit toch.
Op een bepaald moment had de visarend blijkbaar toch genoeg van al die aandacht. Hier vliegt de visarend naar een plekje een vijftiental meters verderop. Nog steeds binnen het bereik van de telelens dus toch maar weer een foto aan gewaagd.
Chobe is bekend om de enorme populatie olifanten, duizenden. Een aantal daarvan hebben we hier in dit gebied gezien. Toen we nog maar net aan het varen waren zagen we twee olifanten de rivier oversteken. Voor ons echter te ver weg en de boot had te veel tijd nodig om er te komen. Toen we ter plaatse arriveerden waren de olifanten al aan land en deden ze zich te goed aan boomschors.
Onderstaande foto van deze Afrikaanse olifant is later die middag genomen. Hij/zij behoorde tot een grote groep.
Na de boottocht wachtte ons bij de lodge een buffet-diner waarbij de keus groot was. Ook nog even een pilsje om het af te leren. Chobe was voor mij een onverwachte verrassing. Hier zat veel meer wild dan ik verwacht had en met de boot waren de dieren redelijk dicht te benaderen. Verder is zo’n boottocht erg relaxed, je dobbert op je gemak rond onder het genot van een drankje (als je daar de tijd voor neemt want er is zoveel te zien). Zeker doen dus, zo’n boottocht, als je hier komt.
Na dit hoogtepunt in de reis gingen we de volgende dag op weg naar wat zeker een ander hoogtepunt zou zijn. De Victoria watervallen.
Dag 18 Victoria Falls
We verlieten de Chobe Lodge redelijk vroeg in de ochtend omdat de grensformaliteiten aan de Zimbabwaanse kant nog wel eens veel tijd in beslag kan nemen. Blijkbaar hadden we geluk want eigenlijk was het binnen een half uurtje gepiept. Als je vooraf gezegd is dat het vaak twee uur in beslag neemt dan valt dat enorm mee natuurlijk. Vanaf de grens is het niet zo ver naar Vic Falls. Onderweg werd Riaan nog onaangenaam verrast door de politie. Met een lasergun hadden de agenten geconstateerd dat hij te hard reed. Omdat ik rechts voorin zat kon ik mooi zien hoe er even wat geld van eigenaar verwisselde en we konden verder zonder bekeuring. Tja, zo werkt dat.
In Victoria Falls aangekomen zijn we eerst naar de campsite gegaan waar we onze intrek namen in huisjes voor vier personen. Daarna snel naar het kantoor van Shearwater, de plek waar je zo’n beetje alle activiteiten kunt boeken die hier maar te doen zijn. Het kantoor van Shearwater lag aan de hoofdstraat van Victoria Falls net als de campsite. Slechts een paar minuten lopen.
Het plaatsje Victoria Falls is niet erg groot. De belangrijkste straat is op de foto hiernaast te zien. Hier linksaf is de straat waaraan de campsite ligt en het kantoor van Shearwater. Rechtdoor is richting waterval en de grens met Zambia.
Bij dat kantoor van Shearwater zijn we dus eerst de activiteiten voor de volgende dag gaan regelen. Met een hele groep betekent dat meteen dat je de nodige tijd kwijt bent. Hoewel er volop personeel aanwezig was moest alles blijkbaar door één persoon geregeld worden. Een voordeel van Shearwater is dat je op een plaats tal van verschillende activiteiten kunt regelen. Ik besloot om een combi te nemen. Dat wil zeggen dat je uit een lijstje met mogelijkheden twee activiteiten uitzoekt voor 125 US Dollar. Ik koos voor een halve dag raften (in de ochtend) en ‘s middags een korte helikoptervlucht. Astrid, Marcel en Nico namen dezelfde combi. Mieke zou ook met ‘onze’ helikoptervlucht meegaan en Jaqueline, Dirk en Bart gingen ook mee raften. Normaal kost raften 85 USD en de korte vlucht 75 USD dus een combi bespaart je 35 USD. Daar krijg je dan gratis nog een sunset cruise bij, die wij overigens niet gedaan hebben omdat we al een andere cruise gingen doen. De meeste andere zouden ook een helikoptervlucht maken maar dan de lange versie. Verder werd ballonvaren en olifant rijden geboekt. Shearwater had dus een goede klant aan ons.
Na het boeken werd nog geld gewisseld en aangezien de Zimdollar niet veel waard is kreeg je een hele stapel biljetten in ruil voor 15 US Dollar. Daarna snel wat eten want we hadden nog meer te doen deze middag. Een booze-cruise in Zambia.
We werden met een truck opgehaald bij de campsite om Zambia te bezoeken. Dat betekent weer eens door de douane maar dit keer ging dat nogal vlot. We hoefden zelf niet eens naar binnen. De chauffeur nam onze paspoorten mee en liet ze binnen afstempelen. Aan de Zambiaanse kant precies hetzelfde. In feite is die grenscontrole zo een wassen neus natuurlijk. Zo kunnen ze nooit weten wie er de grens over gaat. Maar goed, de grensposten gepasseert gingen we eerst naar een parkje aan de Zambiaanse kant van de watervallen om de Vic. Falls te bekijken.
Van een hoogte van zo’n honderd meter stort het water naar beneden.
Achter deze op de voorgrond staande rotspartij, recht tegenover de drie watervallen hier in beeld, komt de Zambiaanse kant en de Zimbabwaanse kant bij elkaar. Het water stroomt dan verder door de machtige Zambezi rivier. Vanaf de Zambiaanse kant kun je goed zien dat de waterval aan de Zimbabwaanse kant een stuk groter en machtiger is, oordelend naar de hoeveelheid waterdamp die daar hangt.
Na het bezoek aan het parkje zijn we verder het Zambiaanse land in gegaan om die booze-cruise mee te maken. Tijdens zo’n booze-cruise is het eten en drinken gratis (althans, bij de prijs inbegrepen). Zoveel eten en drinken als je wilt en kunt. Sterke drank is ook volop aanwezig, vandaar uiteraard de naam; booze-cruise. Het personeel aan boord van de kleine boot deed geweldig zijn best om het ons naar de zin te maken, daarover niets dan lof. Het is echter wel een heel erg rustig en relaxed tochtje, voor mij eigenlijk te rustig. Er was ook erg weinig te zien onderweg. Had ik dit vooraf geweten dan was ik zeker liever in Victoria Falls gebleven. Na de zonsondergang meegemaakt te hebben was de boottocht ten einde. Aan het eind van de tocht, toen de boot aanmeerde, werd er door het personeel nog voor ons gezongen. Het was intussen dus donker en we gingen dezelfde weg weer terug. De douaneformaliteiten waren opnieuw zo gebeurt en niet veel later stonden we weer in Vic. Falls.
Dag 19 vrije dag
Het einde van de reis is bijna in zicht.
Maar eerst zijn we nog op onze vrije dag hier gaan raften. De Zambezi rivier staat bekend als de wildste en dat wilden we met zeven groepsleden wel eens meemaken. Het zou een onvergetelijke dag worden, in meer dan een opzicht.
Om kwart voor acht zouden we door de mensen van Shearwater opgehaald worden bij de receptie van de campsite. Toen ik daar om tien over half acht arriveerde waren ze er al. Wie er ook waren? Tonny, Ludi, Marie en Pieter. De olifantenrijders die om zeven uur opgehaald zouden worden. Hier ging duidelijk iets mis. Achteraf bleek de hele tocht niet te zijn doorgegaan voor ze. Zwaar balen dus.
Wij, de rafters, moesten een formulier invullen waarop je aangeeft dat je geen gebreken hebt en dergelijke. Verder wordt de vraag gesteld of je een ‘poor or non-swimmer’ bent. Als je dat aankruist is je raftavontuur al voorbij voordat je in de bus zit lijkt me. Wat ook niet ontbreekt op het formulier is natuurlijk dat Shearwater nergens voor verantwoordelijk kan worden gehouden. Je gaat op eigen risico. De meeste rafters verbleven op de campsite zodat bij vertrek de bus al goed vol zat.
Na een korte rit kregen we boven aan de kloof eerst een eenvoudig ontbijtje. Vervolgens uitleg over het raften en alle veiligheidsinstructies. Daarna kregen we helm, peddel en zwemvest uitgereikt.
We hadden voor een tocht van een halve dag gekozen omdat we ‘s middags ook nog een helikoptervlucht wilden maken en het park rond de watervallen wilden bezoeken (zie de Vic Falls pagina). Een druk programma dus.
Hiernaast een kaartje van het traject dat we af moesten leggen. Als je een halve dag doet dan ga je tot en met rapid 10. Na rapid 10 werd er gelunched en daarna moesten we 70 meter omhoog klimmen om de kloof uit te komen.
Het startpunt van het raften is de zogeheten ‘Big Eddy’. Dat betekende dat we vanaf de ontbijt/instructieplaats een steile afdaling moesten maken in de kloof. Na die afdaling volgt nog een korte wandeling over de rotsen en dan bereik je ‘Big Eddy’. Dit is een mooi rustig stukje en hier kun je dus even het peddelen oefenen, de commando’s van de gids even doornemen en alvast een keer de boot uit om te leren hoe je er weer terug in moet zien te komen. Hieronder is die Big Eddy te zien op een foto die ‘s middags is genomen vanuit het parkje van de Vic Falls. Daar vandaan bleek je een mooi uitzicht op dit startpunt te hebben. De stroomversnelling (rapid) die je meteen na die rustige kom ziet is er een van de vijfde categorie. Je begint hier dus meteen goed, meteen een sprong in het diepe als het ware.
Op zo’n ochtend krijg je vier stroomversnellingen van de vijfde categorie te verwerken. Categorie zes bestaat ook nog (rapid 9) maar daar mag je echt niet doorheen. Als simpele vakantieganger en dus amateur wildwatervaarder zou je die niet overleven. Onderstaande foto was bij een categorie vijf rapid, Stairway to Heaven genaamd. Nogal een heftige dus zijn we in de boot gaan zitten, op commando van onze gids Gift.
Rapid 8, een van de vijfde categorie, is in aantocht. Een om nooit meer te vergeten.
We maken geen schijn van kans tegen het verwoestende water. Een golf overspoeld ons met een ongelooflijke kracht. “De golf was veel groter en sterker dan ook ik verwacht had” zou Gift later zeggen. Onvrijwillig even uitstappen dus. Nou ja, stappen….
Op videobeelden is overigens goed te zien hoe we, ondanks onze snelheid, door het water volledig tot stilstand worden gebracht. Ook te zien is dat de punt van onze boot helemaal dubbel klapt. Op de foto hieronder is hij alweer in de originele positie terug gesprongen. Door de gebundelde kracht van dat terugveren van die punt en de golf die ons overspoeld worden we uit de boot gesmeten.
Marcel en ik zelf zijn de laatste die de boot achter moeten laten. Hoewel ik linksvoor zat, verlaat ik de boot rechtsachter. Voor zover ik weet heb ik die boot daarbij amper nog aangeraakt.
En daarna wordt je door moedertje natuur met de neus op de feiten gedrukt. Eenmaal te water in zo’n stroomversnelling ben je een speelbal van het water. Zelf heb je niets meer in te brengen. Je zwemvest wordt op slag gepromoveerd tot reddingsvest.
De boot maakte een hele flip-over en kwam dus op z’n kop op het water te liggen. Door Gift werd de boot weer in de juiste positie gebracht. Dat raften niet zonder gevaar is mag bekend zijn en dat zou nu ook wel blijken. Zowel Marcel als ik kwamen na het terugkantelen onder de boot terecht. Uitzonderlijk, maar het gebeurde wel. Het reddingsvest drukte ons tegen de onderkant van de boot aan en dat maakt het er niet eenvoudiger op om er onderuit te komen. Als je tegen de krachten van dit water vecht dan verbruik je veel energie en dus veel zuurstof. Dat zorgde voor ons beide voor een hachelijk moment. Hoewel het in werkelijkheid waarschijnlijk maar secondenwerk is lijkt het onder water dan een eeuwigheid te duren. Van enig tijdsbesef was bij mij geen sprake meer. Ik besefte steeds meer dat ik snel onder die boot vandaan moest komen, de zuurstof raakte op. Net op tijd kwamen we, door toedoen van een keergolf, onder de boot vandaan. De problemen waren daarmee voor mij nog niet voorbij. Die keergolf had ons dan wel onder die boot vandaan ‘geslagen’ maar hij had me ook dieper het water in getrokken. Dit is voor mij het meest ingrijpende moment geweest. De zuurstof was op en ik had geen benul van waar ik was, hoe diep ik zat. Links, rechts, onder, boven, voor, achter, alle oriëntatie was weg. Wel het besef dat ik niet opgewassen was tegen deze krachten. Het besef dat je aan het verdrinken bent is nauwelijks te omschrijven en ik zal dat hier dan ook achterwege laten. Nu zit je dit te lezen dus begrijp je al dat het toch goed afgelopen is. Hoewel ik er niet meer op gerekend had, alleen gehoopt, was ik namelijk ineens boven water. Het reddingsvest had zijn werk gedaan. Wat smaakt zuurstof heerlijk, echt waar.
Na rapid 8 is iedereen weer veilig op het droge. Op de achtergrond rapid 9 (cat. 6). Nu we allemaal weer veilig waren hadden we weer reden om te lachen. Hier bij deze rapid 9 moesten we de boot over de rotsen sjouwen, tot voorbij de stroomversnelling. Nog een heel gedoe, met zo’n boot lopen, zeker omdat het niet bepaald een egaal terrein is waar je over moet. Rotsen die op sommige plaatsen ook nog eens nat, en dus glad, zijn.
Na de wandeling bij rapid 9 volgde nog rapid 10, een van de derde categorie. Daar kwamen we weer goed doorheen en vervolgens konden we op ons gemak naar de lunchplek dobberen. Tijdens de lunch kun je alvast beginnen je ervaringen te verwerken, een enerverende ochtend was het in ieder geval. Na de lunch moesten we nog zeventig meter omhoog klimmen, we moesten immers de kloof uit. Ook hier was het weer behoorlijk steil. Boven stond de koude drank al op ons te wachten. Meteen op de Coca Cola gestort. Tijdens de onvrijwillige zwempartij heel wat rivierwater binnen gehad en je weet maar nooit wat daar allemaal in zit. Coca Cola mag dan z’n zuiverende werk doen.
Hoewel raften dus niet zonder gevaar is en het voor Marcel en mij echt even spannend werd kan ik toch iedereen aanraden het te gaan doen. Het is een geweldige ervaring. Volop lol en volop spektakel op de Zambezi rivier. Ik zou het zo weer doen. Je krijgt er ook nog een certificaat van!
Na het raften hadden we niet veel tijd over voor de volgende activiteit begon. Snel even opfrissen en verkleden dus om op tijd klaar te zijn voor de helikoptervlucht. Het is allemaal goed geregeld hier. Ook nu werden we weer bij de campsite opgehaald en naar het helikopterplatform gebracht, een kort ritje. Vanuit de lucht is de grandeur van de watervallen goed te zien.
Als je een totaalbeeld wilt krijgen van de Victoria falls dan moet je zeker zo’n vlucht maken. Vanuit de lucht is goed te zien hoe het water zich in een 1700 meter lange kloof stort. Het lijkt alsof de bovenloop van de watervallen erg rustig water is, toch moet dit schijn zijn gezien de hoeveelheid water die zich hier elke seconden naar beneden stort.
Ondanks de heersende droogte van dat moment zijn de watervallen nog altijd indrukwekkend.
Vanuit de helikopter heb je dus een schitterend zicht op de Victoria watervallen. Het maakt feitelijk niet uit waar je zit in de heli. Er worden meerdere rondjes boven de watervallen gemaakt, zowel linksom als rechtsom. Van beide zijden heb je dus altijd gedurende een deel van de vlucht onbelemmerd zicht. Je kunt ook een langere vlucht maken waarbij ze ook meer over land vliegen. Indien je dat wilt kun je zelf regelen dat in plaats van dat land de watervallen extra lang bekeken worden. Wij hadden dus de korte vlucht maar ook dan heb je aan alle kanten genoeg zicht. Zo’n doorkijkje is echter ook wel fraai.
Vanuit de lucht kun je ook dingen zien die anders niet opvallen. Zo zijn op een hele mooie manier deze zandbanken in de rivier te zien. Dat is iets wat je tijdens een boottochtje niet zult zien, zeker niet op deze manier.
Onderweg nog even een blik op het instrumentarium van de helikopter geworpen. Wij hadden voor een vlucht van een kwartier gekozen en in feite is dat lang genoeg om de waterval goed vanuit de lucht te zien. Als je nog meer van de omgeving wilt zien dan kun je beter de vlucht van een half uur nemen. Daar hangt natuurlijk ook wel een ander prijskaartje aan. Ons tochtje van een kwartier was overigens relatief goedkoop omdat wij hem in combinatie hadden geboekt met het raften. Dan krijg je aardige kortingen.
Na de helikoptervlucht werden we uiteraard weer terug gebracht naar de campsite waar we onmiddelijk taxi’s hebben besteld om naar het Victoria Falls Park te gaan. Je kunt vanaf de campsite ook te voet naar dat parkje, dat zal zo’n 20-25 minuten lopen zijn. Het was echter al vier uur toen wij terug waren van het vliegen en aangezien het park om zes uur sluit moesten we wel taxi’s nemen. Het is dan maar een ritje van een paar minuutjes. De taxichauffeurs beloofden om zes uur terug te zijn om ons terug te brengen.
Het park kent een entree van niet minder dan 20 US Dollar. Nogal prijzig dus en we twijfelden toch wel sterk om zo’n bedrag neer te tellen. Toevallig kwamen Alice en Arjan net naar buiten en die overtuigden ons dat het parkje het geld zeker waard is. Wij zijn dus naar binnen gegaan en inderdaad, het is indrukwekkend genoeg om dat bedrag er voor te betalen. Zeker als je, in tegenstelling tot ons, eerder op de dag gaat en dus op je gemak rond kan lopen.
Wij hadden dus minder dan twee uurtjes om alles te zien en dan moet je echt niet te lang stil blijven staan bij de uitzichtpunten. Dan kun je het park nooit helemaal zien. Wij hadden nu eenmaal niet meer tijd, we hadden immers een druk programma gehad. De indrukken die je opdoet zijn er niet minder om. Deze kant, de Zimbabwaanse dus, overtreft de Zambiaanse kant volledig. De droogte zorgde er voor dat er dus minder water naar beneden stort en eigenlijk was dat een gelukje voor ons.
De watervallen zijn er niet minder om maar er is heel weinig nevel. In perioden dat er een hoge waterstand is dan stuift het hier zo dat je echt regenkledij nodig hebt en amper kunt fotograferen. Nu was dat niet zo. Slechts op een paar plaatsen was het een soort motregen dat je voelde maar over het algemeen kon je overal droog blijven. Het meeste opstuivende water viel weer terug in de kloof en sloeg dus niet over de rand heen het land op.
Na ons bezoek aan het parkje moesten we weer snel terug naar het dorp voor de videopresentatie van het raften. Deze werd in een bar vertoond. Na die vertoning kon je foto’s, de video en T-shirts kopen. Allemaal best prijzig natuurlijk maar het is een eenmalige uitgave voor een herinnering aan een geweldige dag. De video kostte 40 US Dollar. Als je die als groepje koopt en daarna kopieën maakt valt het per persoon nog wel mee. Deze dag bij Victoria Falls zat er weer op. Het was een enerverende dag geweest.
Dag 20 Nata
De volgende ochtend, voor we Victoria Falls verlieten zijn een paar groepsleden, waaronder Tonny, nog in alle vroegte naar het parkje bij de waterval gegaan. Ze hebben daar de zonsopkomst mee kunnen maken. Hieronder een foto van Tonny van die zonsopkomst. En zeg nu zelf… Wat een plaatje!
De volgende twee dagen waren vooral reisdagen. In de loop van de middag bereikten we onze overnachtingsplaats in de buurt van Nata. Hier was nog de mogelijkheid om de grote zoutpannen te gaan bezoeken maar daar had niemand meer zin in. Lekker bij het zwembad, relaxed luieren na een lange reisdag, een pilsje in de hand, kreeg de voorkeur. Zelf heb ik de zoutvlakte in Bolivia al eens gezien dus ik voelde ook niet de behoefte om hier te gaan kijken. Dit was een zogeheten tented camp en wij verbleven dus in teneten. Dat zijn echter net hotelkamers alleen zijn de wanden van tentdoek. Alle comfort van een hotelkamer is hier ook in je tent te vinden. Wij hadden zelfs een klassieke badkuip, op van die mooie pootjes. Het is weer eens wat anders. ‘s Avonds nog een diner in de buitenlucht en ook deze reisdag zat er weer op.
Dag 21 Ellisras
Over deze dag valt echt niet veel te melden. Het was een reisdag en daar is alles eigenlijk mee gezegd. In de loop van de middag kwamen we bij onze overnachtingsplaats aan en we hebben hier gebruik gemaakt van het aanwezige zwembad om even af te koelen. Aan de rand van het zwembad dan ook nog even een pilsje gedronken en daarna werd het tijd voor ons laatste avondmaal. Dit was de laatste avond dat we gezamelijk, met Bart, Anne-Marie en Riaan, konden eten en deze gelegenheid werd door ons aangegrepen om hen te bedanken voor hun werk gedurende de afgelopen drie weken.
Dag 22 Johannesburg
De laatste dag reden we naar Johannesburg waar we overdag verbleven bij een lodge vlak naast het vliegveld. Hier bestond de mogelijkheid om een georganiseerde tour te maken naar Soweto. Ik heb zelf die tour niet gemaakt maar ben met Arjan, Alice, Mia en Arie bij de lodge gebleven. Bart had wel meegewild maar moest de nieuwe reisbegeleider voor de volgende reis, die de volgende dag zou vertrekken, inwerken. De rest van de groep is wel naar Soweto gegaan. Marcel dus ook en die heeft daar de volgende foto’s gemaakt.
Hier een wijk in Soweto, het ziet eruit als barakken.
Ook hier kennen ze Dixies. Gelukkig maar want er zullen verder weinig voorzieningen zijn ben ik bang.
Een klein kind werpt een aandoenlijke blik in de camera.
Om ongeveer half zes ´s middags zijn we naar het vliegveld gebracht. Om half tien zouden we naar Londen vertrekken. Op het vliegveld nog even iets gegeten, een beetje winkeltjes bezocht en verder wachten op de vlucht. We vertrokken mooi op tijd en kwamen na elf uur vliegen in Londen aan.
Dag 23 Amsterdam
Op Heathrow hadden we een wachttijd van vier uur. Als je op de terugweg bent is dat best lang. De reis zit erop en dan wil je eigenlijk zo snel mogelijk thuis zijn. Om kwart voor twaalf begonnen we aan de laatste etappe; Londen-Amsterdam. Drie kwartier later zetten we weer voet op vaderlandse bodem. De bagage opwachten, wat nog best lang duurde, en dan afscheid nemen. Het is echt voorbij.







Danku voor de informatie.Wel of niet vliegen. Is de vraag.